Interview Stephan Keppel

Interview Stephan Keppel
2 juni, 2026 Ron Dirven

In de eerste helft van 2026 was Stephan Keppel artist in residence bij het Van Goghhuis. In overleg besloot hij de werkperiode van zijn residentie op te splitsen in blokken, verspreid over een aantal maanden. In februari werkte hij een week in het atelier de Vlaamse Schuur, in mei twee weken in de kosterswoning en afsluitend in juni nogmaals een week in de kosterswoning. Hij vond dit een prettige werkwijze, ook waren er praktische redenen. Zo had hij juist in deze periode een tentoonstelling in Parijs die veel aandacht vroeg. Verder draaide bij dit project alles om reproductie en dupliceren. Voor het maken van grote prints (70 x 100 cm) is hij afhankelijk van een grootformaat kopieerapparaat waarvoor hij naar Amsterdam moet. Door in blokken te werken, kon hij alles beter plannen: het werk voorbereiden, de prints maken en het eindresultaat op het grote formaat kopiëren.

Stephan Keppel is beeldend kunstenaar, heeft gestudeerd aan de KABK in Den Haag, afdeling Autonome Beeldende Kunst. Na zijn academietijd koos hij niet voor schilderen maar ging zich steeds meer richten op fotografen. In eerste instantie gebruikte hij fotografie voor het maken van grote houtsnedes. Hij begon een groot dia- archief aan te leggen en maakte installaties met projecties van stilstaand en bewegend beeld. Uiteindelijk werd hij geen fotograaf maar legde hij zich volledig toe op het reproductieproces. Weliswaar gebruikt hij vrijwel dagelijks een camera, maar de beelden die hij maakt zijn geen einddoel. Hij is vooral geïnteresseerd in wat hij daarna met reproductietechnieken en allerlei soorten printers met de beelden kan doen.

Stephan Keppel begint na een eerste oriëntatie op de stad of een ander gebied, met het verzamelen van objecten die hij van belang acht of die hem opvallen. Architectonische details krijgen daarbij speciale aandacht.
Daarna volgt een cyclus van de gevonden objecten fotograferen, prints maken, eventueel de prints bewerken en opnieuw fotograferen, soms meerdere keren experimenten om het juiste beeld te vinden, weer prints maken en als laatste stap het kopiëren van de gemaakte prints. Zo mogelijk wordt een tentoonstelling aangevuld met een publicatie.

Ongeveer tien jaar geleden vond Keppel bij het grofvuil in Amsterdam een isografie van een tekening van Van Gogh. Het was een afbeelding van het kerklaantje in Nuenen.
Een isografie is een oude fotografische reproductietechniek die gebruikt werd voor het reproduceren van bijvoorbeeld tekeningen. Bij sommige pentekeningen van Van Gogh is de kwaliteit teruggelopen door gebruik van slechte materialen of onder invloed van licht. De isografie bevat dan meer informatie dan het origineel. Dit is iets wat Stephan mateloos intrigeert; de reproductie gedetailleerder dan het origineel.
Merkwaardig genoeg herhaalde de geschiedenis zich jaren later. Hij vond weer een isografie van Van Gogh bij het grofvuil, ditmaal een stadsgezicht: “Vue d’Arles”, uit de periode dat Van Gogh in Arles woonde.
De link tussen Van Gogh en de vondst van de twee drukken was voor Stephan Keppel de aanleiding voor deze residentie.

Ook in Zundert begon Keppel met het verzamelen en fotograferen van objecten. Iedere keer weer maakte hij hetzelfde rondje op zoek naar dingen die hij kon gebruiken. Foto’s maakte hij onder meer van huizen of details daarvan, van enorm grote blokken graniet die hij op een verlaten terrein zag, van een sierrand in de Vlaamse Schuur en van een werkhandschoen die in het atelier achtergebleven was. In containers vond hij restmaterialen van bouwwerkzaamheden. Door het op een sokkel te plaatsen lijkt het beeldende kunst. Hij werd een trouwe bezoeker van de kringloopwinkels in Zundert en omliggende plaatsen. De oogst was divers, denk aan gebruiksvoorwerpen, een Japanse prent, een kubistisch rieten matje uit Congo, een naïef schilderijtje in de geest van Van Gogh. Tastbare zaken die direct of indirect met Zundert en/of Van Gogh te maken hebben; sporen uit het heden en verleden. Door deze bonte verzameling aan materialen ontstaat een subjectieve database van Zundert waarin onduidelijk blijft wat kunst is, wat kunst lijkt, wat origineel is en wat reproductie is.

De tentoonstelling met de titel ISO bestaat uit twee gescheiden delen: het atelier en de kosterswoning.
In de atelierruimte is de Zundertse verzameling objecten te zien en de foto’s die hij tijdens zijn residentie gemaakt en/of bewerkt heeft. Als aanvulling heeft Keppel aan de vrijwilligers van het Van Goghhuis gevraagd een persoonlijk voorwerp voor de tentoonstelling in te brengen. Ook deze objecten zijn gefotografeerd en onderdeel van de tentoonstelling.
De prints gemaakt met het grootformaat kopieerapparaat worden getoond in de kosterswoning. Ze zijn rechtstreeks op de muren gelijmd, zodanig dat ze een harmonisch geheel vormen met de architectuur van de ruimte.

Geert van Eyck, juni 2026