Van GoghGalerie

In de kosterswoning is een galerie gevestigd waar werk wordt getoond en verkocht van de kunstenaars die als artist-in-residence in Zundert hebben gewerkt.

Van GoghGalerie
Elisabethlaan 1a
4881 DA Zundert

Openingstijden:
Woensdag t/m zondag: 12-17 uur
Toegang gratis.

Agenda:
mei 2019
Renske van Enckevort – Verdwijnpunten

Renske van Enckevort exposeert in de Van GoghGalerie de resultaten van haar verblijf als ‘artist-in-residence’ in Zundert. Zij heeft in april 2019 gewerkt in het gastatelier van het Van GoghHuis. De resultaten daarvan zijn tot eind mei te bewonderen.

Renske van Enckevort over haar residentie:

‘Een lentemaand lang is Zundert, het dorp waar Vincent van Gogh nooit schilderde, maar zijn jongensogen alles voor het eerst zagen, mijn leefomgeving. In Van Goghs’ brieven worden de heide, de beek, de boerenvelden en de ontelbare dwaaltochten die hij in zijn kinderjaren ondernam vol melancholie opgevoerd. Ik volg de sporen, onderneem mijn eigen dwaaltochten, stel me voor hoe anders zijn Zundert moet zijn geweest dan het mijne. Wat betekent het om je vandaag de dag, in een aangeharkt landschap, te verliezen in de natuur?

Op een leenfiets herhaal ik telkens dezelfde route naar de Oude Buisse heide. Waar ik nooit aankom. Juist tussen Zundert en de heide in vind ik alle motieven van een hedendaags landschap, en de onzichtbare scheidslijnen tussen dat wat wij als natuur en niet-natuur beschouwen. De gepachte grasvelden kleuren in april uitbundig diep geel als de korenvelden van Van Gogh door de chemische Roundup die over de akkers wordt gespoten en het landschap in een schijnleven houdt waar geen worm of onkruid zich nog waagt. Op de akkers waar van Gogh het boerenleven vond, loopt inmiddels amper een boer rond. Als ik een eenzame zaaier over een akker zie lopen, met een eiervormige schaal aan een band rond zijn schouders, blijkt hij plantjes te zaaien die voor niets anders dan hun wortels en stam worden geoogst. Zodat de volgende kweker er een bol op kan zetten die als hybride een uitstekende tuinplant zal geven. Hij plant de carrosserie; niets dan aanstalten. Ik fiets langs zandheuvels op bouwplaatsen in de meest uiteenlopende majestueuze formaties, en langs voortuinen met lokaal gekweekte plantensoorten die in smetteloze blokvormen zijn gekapt. Voor de Dirk van de Broek in het dorp roken Polen en Roemenen samen sigaretjes na een dag tussen de zoete Zundertse aardbeien in de kassen. In de winkel ligt de aanbiedingskoeling vol met aardbeien uit Spanje.

Vlak voor de heide vind ik een moerasje langs de weg, waar ze kort voor mijn komst alle bomen moeten hebben gekapt, omdat de kernen van de omgehakte stammetjes die het stukje land bevolken van een bloedend soort oranjerood zijn dat ik nooit eerder zag. De plek heeft een overrompelende aantrekkingskracht op me, waar ik naar blijf terugkeren. Want hoewel de motieven in het landschap volledig mogen zijn veranderd, klinken er, voor wie goed luistert, overal echo’s van Van Gogh.’