Interview Ruth van Beek

Interview Ruth van Beek
17 september, 2026 Ron Dirven

RUTH VAN BEEK IN DE VLAAMSE SCHUUR

In de maand juli was Ruth van Beek artist in residence in de Vlaamse Schuur van het Van Goghhuis.  Toen ze voor de eerste keer het atelier bezocht, zag ze vooral een immens grote, donkere schuur. Heel wat anders dan ze zich had voorgesteld. In Koog aan de Zaan woont Ruth in een klein, houten huis waarin ze ook haar atelier heeft. In haar dagindeling daar maakt ze geen duidelijke scheiding tussen het maken van kunst, haar dagelijkse huishoudelijke bezigheden en het gezinsleven. Dit was voor haar overzichtelijk en voelde zij zich prettig bij.

In haar nieuwe verblijf begon ze voortvarend met een grondige schoonmaak, waste de handdoeken en spande lijnen om de was op te hangen; ze was als het ware bezig van de schuur een huis te maken. Ruth merkte dat ze dit nodig had om hier met een vrij gevoel aan haar kunst te kunnen werken. De schuur was nu veranderd in haar eigen atelier, maar dan één met een zee aan ruimte waar ze alles wat ze nodig had op de grond kon leggen en er zonder problemen tussen door kon lopen. Nu klopte het voor haar.

Ruth is in 2002 afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, richting fotografie. Toch heeft ze zich niet ontwikkeld tot een fotograaf in de klassieke betekenis van het woord, ze is beeldend kunstenaar die gebruikmaakt van fotografie. Op dit moment maakt ze vooral collages. Haar liefde voor oude fotoboeken is groot. In de loop van twintig jaar heeft ze daarvan een gigantisch beeldarchief opgebouwd. Het gaat haar daarbij niet om het verzamelen van kunstfotografie, maar om functionele/instructieve boeken in de meest brede zin van het woord; over chirurgie, tuinieren, bloemschikken, handwerken, collecties. Boeken die gemaakt zijn om het leven beter te begrijpen. Daarbij is ze vooral geïnteresseerd in zaken als kwaliteit van het drukwerk, formaat van de foto, papiersoort en gemaakte foutjes.

Naast dit archief is haar schilderwerk een belangrijke bron voor haar collages. Ze beschildert papier dat ze daarna intuïtief in allerlei vormen knipt, bedoeld om als halffabrikaat te gebruiken voor haar werk.
Voor het maken van een nieuw werk selecteert Ruth een foto van een object uit haar archief en gebruikt die als ondergrond voor de collage. Door de foto uit de context van het boek te halen krijgt die een andere betekenis. Op de ondergrond monteert ze een geschilderde vorm zodat het object (grotendeels) bedekt wordt. Soms is nog een klein detail te zien. Samengevoegd ontstaat er een geheel nieuw beeld, balancerend tussen figuratie (het bedekte object) en abstractie (het schilderwerk). Het geschilderde gedeelte wordt niet op de foto geplakt maar is op ingenieuze wijze ertussen geklemd zodat het altijd verwijderd kan worden. Wat is erachter te zien?  Is het een groot voorwerp of juist klein, is het van essentieel belang om het kunstwerk te begrijpen?
Het maakt nieuwsgierig; de fantasie van de kijker wordt geprikkeld om zelf betekenis aan het beeld en het kunstwerk te geven.

De laatste jaren is Ruth steeds meer gefascineerd door poppen. Ze houdt erg van de lichamelijkheid die ze hebben. Een pop is een voorwerp dat bij uitstek emoties oproept, in je verbeelding kan het het transformeren van iets doods naar iets levends. Soms is het een sjieke kostbare pop, maar het kan ook een stok met een omgeslagen lap zijn die gekoesterd wordt. Voor veel mensen zijn poppen een hobby, waardoor er de afgelopen honderd jaar veel boeken zijn verschenen over de poppenwereld. Ook merkte Ruth dat in haar beeldarchief in haast alle onderdelen wel een relatie met poppen te leggen is. Voor haar is het een dankbaar onderwerp.
In het najaar verschijnt het nieuwe boek van Ruth. Met het verzamelen van materiaal en het maken van collages (honderd!) is ze al geruime tijd druk bezig. De periode in de Vlaamse Schuur heeft ze gebruikt om hier verder aan te werken.

Geert van Eyck, augustus 2026