Interview FLEUR VAN DODEWAARD

Interview FLEUR VAN DODEWAARD
29 maart, 2026 Ron Dirven

Verspreid in de ruimte en aan de muur subtiel krullende sculpturen. Op een werktafel een map met tekeningen, aangevuld met een ingelijst exemplaar van een vorige tentoonstelling. Laatstgenoemde tekening meegenomen als referentiekader voor de komende werkperiode. Ik ben in het gastatelier van Fleur van Dodewaard, in maart artist in residence van het Van Goghhuis. Normaal gesproken is het hier in haar tijdelijk atelier veel chaotischer, maar dit gesprek was een goede aanleiding om het op te ruimen. In de kunstwereld is Fleur geen onbekende, ze had ondermeer tentoonstellingen in Japan (Kobe), Frankrijk (Arles) en Museum Kröller-Müller in Otterlo.

De combinatie van tekeningen en sculpturen heeft Fleur al vaker toegepast. Ze vindt het spannend om deze twee disciplines in een ruimte naast elkaar te zetten.  Ze kijken beide vanuit een andere hoek naar hetzelfde. Ze ziet het als een uitdaging: het dwingt haar op twee verschillende manieren na te denken over de tentoonstelling die ze wil gaan maken en inrichten.
De brieven van Van Gogh hebben veel indruk op Fleur gemaakt. Dat iemand met zoveel gevoel vanuit het hart kan schrijven over het leven en de positie van de kunstenaar. Daarmee voelt ze zich verbonden en gesterkt in hoe ze zelf in het leven staat en haar kunstenaarschap vormgeeft. Fleur laat zich bij het maken van nieuw werk graag leiden door kunsthistorische thema’s en figuren. Hoewel zij zelf niet schildert, geldt het werk en het leven van Vincent van Gogh in zijn geboortedorp Zundert als belangrijk referentiekader.

Zoals meestal bij de start van een project, begon ze in Zundert met tekenen. De eerste aanblik van het lege witte vel is voor haar altijd bijzonder: het besef dat alles nog mogelijk is. Als onderwerp voor de eerste tekeningen nam ze de muren van het atelier met de sporen van kunstwerken van haar voorgangers. Er gebeurde echter iets dat het proces verstoorde. Door een lekkage in het atelier waren deze tekeningen kletsnat geworden en niet meer te gebruiken. Het maakte haar weliswaar verdrietig, maar bracht haar op een idee. Ze legde nieuwe vellen papier op de werktafel op de plek van de lekkage. Nieuwe regen zorgde, na droging, voor golvend wit papier, waarop ze nieuwe tekeningen zou maken. Tekeningen in samenwerking met Zunderts regenwater.

Voor haar sculpturen wil Fleur graag materialen gebruiken die ze in de directe omgevingen van de werkplek kan vinden. Dit biedt haar de mogelijkheid om in het moment te zijn, zichzelf te verrassen met onbekende objecten en een uitdaging om iets te maken wat je hebt. Verder houdt ze van ogenschijnlijk simpele dingen. Soms lijkt het helemaal niets maar kan het oh zo poëtisch zijn. Vergelijk het met haar tekeningen; eenvoudige, minimale lijnen.

Bij het zoeken, zag ze in de schuur van het Van Goghhuis een stapel tuinslangen liggen. Dat was iets wat ze kon gebruiken. Uiteindelijk zijn de slangen het basisonderdeel van al haar sculpturen geworden.

Naast tekeningen en sculpturen van Fleur is in de tentoonstelling met de titel HAPPY GARDEN OR THIS THING WE CALL LIFE, ook een tekening van haar zoontje te zien. Gedurende haar residentie is hij vaak op bezoek geweest en tekende dan intensief met haar mee. Zijn aanwezigheid maakte dat ze veel dacht aan het leven van Vincent als een jongetje. En daarmee aan het leven van een mens van begin tot einde. Want ja, leven, hoe doe je dat eigenlijk?

Geert van Eyck, maart 2026