Interview – Joost Avontuur

Interview – Joost Avontuur
29 januari, 2026 Ron Dirven

In januari 2026 heeft Joost Avontuur in het gastatelier van het Van GoghHuis gewerkt.  Juni vorig jaar studeerde hij af aan AKV St. Joost in s’ Hertogenbosch, richting Art & Research. Net als veel medestudenten meldde hij zich aan voor de Van Gogh Air prijs. Tot zijn verrassing won hij de prijs, ondanks zijn wel heel korte motivatie, een gedichtje van drie regels. De bonus van de prijs was een residentie van een maand in de kosterswoning van de Van GoghGalerie in Zundert. Joost was er blij mee, het stelde hem in staat om aan een thema te werken. Hij vindt zichzelf van nature nogal chaotisch en nu moest hij echt naar iets toe werken. Verder sprak de kunstenaar Vincent van Gogh hem erg aan. Van Gogh had net als hij een grote liefde voor de natuur. De natuur is voor Joost een ware passie. Niet alleen in zijn dagelijkse leven maar ook in de onderwerpen die hij op de academie aanpakte. Het laatste jaar van de academie is hij zich meer gaan richten op de relatie tussen mens en natuur, vooral hoe we deze werelden beter op elkaar kunnen afstemmen. Alle landschappen om ons heen zijn aangelegd door mensen. Is het niet mogelijk om de natuur meer ruimte te geven? Om dit gevoel beter onder woorden te kunnen brengen, volgde hij een minor schrijven.

Omdat zijn residentie pas in januari 2026 zou beginnen, besloot Joost een fietstocht te maken langs plaatsen in België en Frankrijk waar Van Gogh gewoond heeft; met eigen ogen zien wat Van Gogh gezien en ervaren heeft.  Zijn bedoeling was om in Frankrijk eerst naar Auvers-sur-Oise te fietsen en dan zijn reis te vervolgen naar Arles in Zuid- Frankrijk. In Auvers-sur-Oise schilderde Van Gogh zijn laatste schilderij: Boomwortels (Racines). Voor Joost een belangrijk schilderij, het maakt de verbondheid van Van Gogh met de natuur duidelijk voelbaar. Door omstandigheden lukte het niet om zijn reis voort te zetten en naar Arles te fietsen. Hij keerde terug naar Nederland, vol inspiratie en boordevol energie voor zijn residentie.

Vincent van Gogh ging in Frankrijk anders schilderen. Zijn vroegere schilderijen waren sober en donker, bij de schilderijen die hij in Arles en later in Auvers-sur-Oise maakte spatten de kleuren van het doek. Joost begreep nu waarom van Gogh in Frankrijk andere kleuren was gaan gebruiken. Naar zijn idee leent het landschap zich daartoe. Frankrijk is in vergelijking met Nederland veel kleurrijker, meer gevarieerd, minder grauw. In Nederland is ook wel kleur aanwezig in het landschap, maar minder opvallend, die kleuren moet je echt gaan zoeken. En dat is jammer. Joost besloot om de periode in Zundert te gebruiken om zich te verdiepen in de kleuren van het Brabantse landschap.

Joost begon met het verzamelen van dingen uit de natuur die hij op zijn wandeltochten vond. Het kon alles zijn; bladeren, distels, zaden, vruchten, takken etc. Uit deze verzameling selecteerde hij de voorwerpen die naar zijn idee bij elkaar horen. Van die voorwerpen maakte hij objecten en sculpturen. Meestal werkt hij impulsief, vaak zelf verrast door het resultaat. De objecten zijn helemaal opgebouwd uit natuurlijke materialen. Hij gebruikt bijvoorbeeld altijd huidlijm, nooit synthetische, verder alleen maar pigmenten gemaakt van aarde. Als ondergrond voor de objecten gebruikt hij klei. Omdat hij de klei niet bakt, bestaat het gevaar dat het plotsklaps breekt. Om die reden vermengt Joost de klei met (zijn) hoofdhaar zodat het niet uit elkaar valt.
Een object dat echt in het oog springt, is een grillige wortel van een boompje dat hij van een boomkweker in Zundert heeft gekregen. Zoals Van Gogh in Auvers-sur-Oise aan het eind van zijn leven een boomwortel schilderde, toont Joost hier symbolisch een wortel van een boom uit zijn geboortedorp.

Joost hoopt vooral dat de bezoekers van de tentoonstelling verwonderd zullen zijn over de schoonheid van de Brabantse natuur, van de eenvoud en de rijkdom van kleuren.
Terugkijkend was de residentie voor hem leerzaam en verrijkend. Iets waar hij nog veel aan zal hebben. Voor de toekomst heeft hij nu nog geen plannen. Vooralsnog wil hij niet de gehele dag met kunst bezig zijn. Een combinatie van een halfjaar werken en daarna een halfjaar wijden aan de kunst, lijkt hem ideaal. Helemaal als hij een baan zou vinden bij een boomkweker.

Februari 2026, Geert van Eyck