Maartje Wortel, writer-in-residence Buisse Heide

Maartje Wortel, writer-in-residence Buisse Heide
30 augustus, 2012 Thomas Dahm

In de stad Amsterdam bewoon ik een groot pand waar meer dan dertig mensen wonen. De trappen zijn breed en van marmer, de gangen donker en lang. Aan iedere gang zijn vier woningen. Ik woon op een gang met drie vrouwen. Een van de vrouwen komt uit Nigeria. ze slaat met de deuren, praat in zichzelf en zingt terwijl ze kookt. Soms rent ze heen en weer door de gang. Ik zit achter mijn bureau en hoor haar voetstappen. Een onafgebroken heen en weer rennen van het raam aan de straatkant naar de deur die uitkomt op het trappenhuis. Twintig meter heen en twintig meter terug. Voor mij is dit het definitieve bewijs dat de vrouw min of meer krankzinnig is. 
In de tuin voor de Angora Hoeve ren ik rondjes. Een rondje is naar mijn ruwe schatting ongeveer 80 meter. Na een tijdje begin ik te zweten, na weer een tijdje komen er twee mensen de tuin ingelopen. Ik ben niet meer alleen. Ik stop met hardlopen en doe alsof ik naar de twee grazende paarden kijk. 
‘We zagen je rennen,’ zegt de vrouw. Haar man knikt. 
‘Ja, zeg ik. ‘Ik rende even een rondje.’ 
Zo nonchalant mogelijk loop ik terug naar het terras. Ik ga op een stoel zitten. De man en de vrouw wandelen richting het atelier, naar ‘t koffiepad.
‘Die spoort niet,’ hoor ik de man zeggen. 
‘Ach,’ zegt de vrouw. ‘Het is een kunstenaar.’ 

0 Reacties

Laat een reactie achter